Zondag 6 mei 2018, OP bij Bačkovo Manastira (N 41.943898, E 24.855356) 10 Leva/€ 5, Bačkovo, Bulgarije.

Rustig blijft het op de P in Koprivštica. We slapen er prima, maar in de straten rondom en in het dorp is het levendig. Het is duidelijk feest. Kort geknal van vuurwerk. Lachende mensen, een vertrekkende auto.

Vroeg verlaten we de OP. De parkwachter is er nog niet. Door het dorp, alweer levendig om half 9, rijden we zuid.

Binnendoor naar Plovdiv. Tot Strelča kronkelen over belabberd wegdek. Bos, losse rotsblokken. Veel lopende kraantjes met bergwater.

    

Verderop is de weg beter. Thoffie bij een stuwmeer. Tot nu toe nauwelijks verkeer op de weg.

     

Plovdiv rijden we binnen over brede banen. Dit is de 2e grote stad van Bulgarije. De ingetoetste mixP van Campercontact in het westen van de stad vinden we zonder problemen.

     

Naast de groentemarkt is het rustig vandaag. Misschien omdat het zondag is en natuurlijk Nationale feestdag. Er is ook geen parkwacht. Het is niet de mooiste plaats, maar het voelt er beslist niet verkeerd.

Na de thoffie gaan we met een gerust hart op stap. Het is 2,5 km tot het oude centrum. Meteen terug op de Avenue is een bushalte. Er stopt net een bus. Ook zijn overal fietspaden, maar wij gaan lopen. Met een half uurtje bereiken we het oude centrum bij de moskee en de restanten van het Romeinse stadion. Meteen ook een touristinformation voor een plattegrondje. We lopen daarop losweg de blauwe wandeling.

     

We klimmen door een gezellig straatje en verder omhoog. Een verkeerschaos daar in de nauwe straatjes met gestreste chauffeurs, die allemaal tegelijk op de kleine parkings willen. Wij belanden na al veel moois gezien te hebben bij het Romeins theater. Dat is echt een beauty, hier in de Balkan. Van bovenaf hebben we er goed zicht op. We hoeven er niet in vandaag. Overal is het vol met toeristen. Eigen volk en buitenlands. Het overvalt ons wat. Ook de vele kraampjes, het binnen proberen te lokken bij de winkeltjes. Daarbij de best pittige toegangsprijzen en daar bovenop nog eens extra om te mogen fotograferen. Nee, voor dit soort zaken zijn wij allergisch. Duidelijk, dit is een toeristische stad. De mooiste van Bulgarije, zegt men. In 2019 Europese Cultuurstad. Prachtig, maar vaak met deze gevolgen. Zoals zo vaak valt er gewoon op straat genoeg te zien. Mooie kerken en stadshuizen. Kunst hier en daar. We amuseren ons toch wel.

     

      

   

     

      

     

       

    

Tot slot dwalen we door de straatjes van de oude, autovrije stad. Winkels, gezellige terrasjes. Het is warm vandaag. Later op de dag wordt regen verwacht. Na een paar uur tippelen lusten we wel wat. Vanwege de tijd geen uitgebreide lunch, maar een pittig kip/uipasteitje op een bankje in de winkelstraat. Daarna bij Gelato Leonardo warempel geen chocolate-mint ijsje. Even verder wel. Heerlijk.

Voor de brug langs de rivier terug. Een stukje zigzag en we zijn weer bij de parking. We gaan hier niet overnachten, hebben we inmiddels besloten. Het kan best, maar we gokken erop dat dat ook kan bij het Bachovoklooster, 30 km zuidelijker.

Zo verlaten we de uitgebreide nieuwe stad Plovdiv  over even brede avenues als we kwamen.  Allengs wordt het rustiger. Een dubbelbaansweg is in aanleg. Ook de stad Asenovgrad heeft brede lanen.

       

Daarna rijden we een nauwe bergcanyon in van de Čepelarska-rivier. Prachtig! We zien verschillende restaurants met ruime parkings. Het is er op deze feestdag rond drie uur overal loeidruk. We houden ze toch in gedachten mocht het niet lukken om bij het klooster te overnachten.

    

 

Ruim daarvoor staan de auto's al hutje mutje langs de weg geparkeerd. Dat belooft weinig goeds. De parking ziet er vol uit. Leen sluit toch brutaalweg aan in de stapvoetsrij naar binnen. Daartussen wringen zich auto's die eraf willen. De parkeerwachter wijst ons resoluut naar links. Daar zit een even resolute dame die nee schudt en da zegt op Leen zijn ook slapengebaar. Ze verhoogt het bedrag en we zijn binnen voor 24 uur. Er vallen al wat gaatjes. Het uur daarop steeds meer. Helemaal als er ook nog een onweersbui overkomt. Wij verhuizen nog 2 keer tot we perfect staan en ook nog satellietontvangst hebben ondanks alle hoge bomen en bergwand rondom ons.

   

Van het klooster hebben we nog niks gezien. Voorlopig blijft het regenen. Luctor et emergo, lukt t vandaege nie, dan lukt t merrege!

        

Maandag 7 mei, Camping Kransko Hanche 24 Leva (€ 12), Kran, Kazanluk, Bulgarije.

Het bleef regenen, zeg maar hozen tot laat in de avond. Opeens werd er op de deur gebonsd. Nog 2 campers zijn aan het installeren. Een man. € 5 wil ie. Pas na gedegen controle (bij het lichtje van zijn aansteker) gelooft hij ons dat we al betaald hebben. Wij vertrouwden hem eerst al evenmin met zijn I am the boss.

Na verder een zeer rustige nacht en nog een regenbuitje lopen we al vroeg de weg langs de nog meestentijds gesloten kraampjes omhoog. De poort is al open.

    

Dit is het 2e grootste klooster van Bulgarije, zowel in omvang, als in culturele en religieuze belangrijkheid. Direct na het beroemde Rilaklooster ten zuiden van Sofia komt deze Baçkovski Manastira. De 1e hebben we na twijfelen toch overgeslagen. Dit omdat we hopen er tijdens een Griekenlandreis langs te komen. Keuzes moeten nu eenmaal gemaakt.

Doordat we zo vroeg zijn kunnen we rustig rondlopen. In de kerk is een dienst aan de gang. Het is nog voor openingstijd van het museale gedeelte. Zonder toeristen en in een serene sfeer kunnen we heel veel zien. Geweldig, dit is goud waard.

     

      

      

    

    

     

Weer buiten gaan we een tuingedeelte binnen. Leen keert daar  terug. Ik loop verder langs een fontein en op de heuvel in het groen voorbij een stenen gebouw met kerkhof.

    

Nog verder omhoog tot ik bij een picknickplaats linksaf naar beneden kan. Het wordt een prachtige wandeling. 2x over de rivier, stroomversnellinkjes en 2x een waterval tot ik boven bij de parking weer uitkom. Daar pas begint het te regenen. Mazzel. Ik zou bij beter weer best nog een dag willen blijven, want je kunt hier prachtig wandelen en op deze manier het klooster bezoeken op een rustig tijdstip.

We hebben met dit kloosterbezoek een hoogtepunt maar ook een letterlijk dieptepunt bereikt. Zuidelijker gaan we deze reis niet.

De trip voor vandaag brengt ons dezelfde weg terug tot Plovdiv. Onderweg vullen we de voorraden flink aan bij de Lidl. Deze keer rijden we oostelijk om Plovdiv heen en daarna over de 56 noord en een beetje oost.

    

Dan ineens voorbij Brezovo zijn daar de eerste rozenvelden in beginnende bloei. Even verder ook een fabriek voor destillatie van de beroemde rozenolie. Het hek net even open sluit zich voor onze neus.

      

Het plaatsje met de naam Rozovec moet wel toepasselijk zijn. Het lijkt echter een vergeten gat. De weg omhoog (hier geen rozenvelden) steeds slechter, halfoverwoekerd door bramen en bloesemtakken van de Robinia. Op de pas bij de Bratan 1235 m hoog een militair gedenkteken zoals er hier zoveel zijn. Goed voor thoffie en een paar gietertjes bergwater.

     

Na de net zo lange bochtige en slechte afdaling komen we eindelijk weer in de bewoonde wereld bij Kuuroord Pavel Banja.

4 km verder draaien we de 6 op. Dezelfde weg die we een stuk westelijker  reden vanuit Sofia tot de afslag naar Koprivštica.

Algauw weer linksaf en even later een binnendoortje naar het dorp Kran en net daarbuiten, ons doel voor vandaag, het motel/campingcomplex. Lang leve Tomesita.

Een uiterst vriendelijke dame die geen woord buiten de grens spreekt ontvangt ons en geeft een miniformuliertje om in te vullen. Gelukkig is het hier en daar Engels ondertiteld. Ook krijg ik haar telefoon in de hand gedrukt, waar een Engels sprekende heer uit klinkt, die imformeert hoeveel nachten we blijven. Dat weten we nu net niet. Ligt aan het weer. Dolgraag willen we fietsen door de Rozenvallei én de Vallei van de Thraciërs, die elkaar vinden in de nabijgelegen stad Kazanluk.

Dus betalen we voor 1 nacht, krijgen een sleutel van een zeer simpel vakantiehuisje voor gebruik van wc en douche. Geheel alleen staan we op het door bomen omringde  grasveld. Helaas, de kersen zijn nog niet rijp!

    

Dinsdag 8 mei, Camping Kransko Hanche, Kazanluk, Bulgarije.

De zon schijnt weer. Hoera, we kunnen op de fiets. Graag wil ik naar het Rozenmuseum. Voor mijn pensioen heb ik bij Chi in Breda een jaar lang een opleiding gevolgd in het toepassen van essentiële oliën (aromatherapie). In mijn geval voor mijn werk als activiteitenbegeleidster in een verpleeghuis. Daar leerde ik onder andere over de (dure) rozenolie, afkomstig uit Bulgarije. 1 drupje ervan al met geweldige werking. Het Rozenmuseum is splinternieuw en ligt in het ook nog jonge rozenpark. Het is maar klein. Ik ben er zo doorheen. Uitleg over het destillatieproces. De enorme hoeveelheid rozenblaadjes die nodig zijn om 1 ltr te destilleren. Dat is dan ook een kapitaal waard. Een verzameling glazen parfumflacons en miniflesjes. Een stukje geschiedenis over de familie die hier met de teelt van de damascener rozen begonnen is en een dynastie heeft gesticht. De coöperatie in de communistische tijd met de naam: Bulgaarse Roos, bestuurd vanuit Sofia. En grappig een stuk mode design 2018 geïnspireerd door de Damascener roos.

      

   

Tot slot een filmpje over het rozenfestival, dat al sinds begin 20e eeuw wordt gehouden eind mei, begin juni. Inmiddels geëvolueerd tot een vrolijk kleurrijk folklorefestival vol zang, dans en lekker eten en drinken. Tip: het ziet er geweldig uit. Ga er heen als je rond die tijd in de buurt bent.  Minpunt: om foto's te maken moet weer flink extra betaald. Dat weiger ik.

Leen heeft ondertussen op de fietsen gepast. Nadat er geld getrokken is, ga ik nog een keer terug om me in het winkeltje met rozencremetjes, parfum enz. te buiten te gaan.

Daarna fietsen we naar de Thracische  Tombe, die op een heuvel bij toeval in de oorlog ontdekt is bij de bouw van iets militairs. Eerst zien we het gebouwtje met de originele tombe, die is ter bescherming  niet meer toegankelijk. Even verderop is een levensechte kopie gebouwd. We hebben geluk. Er is op dat moment niemand anders in dit minimuseum. Zo hebben we alle tijd om de schilderingen in ons op te nemen. Leen ligt op zijn rug op de vloer voor het beste plaatje.

     

Het is maar een klein eindje fietsen naar het volgende museum. Dat is ook klein, maar wel een pareltje. Het Etnografisch museum bestaat uit 2 huizen omringd door een kleine tuin. Alles zier er tiptop uit. We worden ontvangen met een proeverijtje van rozenlikeur en rozengelei. Gastvrij en erg lekker. Het eerste huis toont het interieur van een boerengezin op weg naar meer stads. Het 2e toont dan een boereninterieur. Andersom leek ons een logischer volgorde, maar zo werden we gestuurd.

      

      

      

      

Vanuit de tuin zien we achter het museum een kerktorentje. Daar fietsen we even heen. Een vrij nieuwe kerk, denken wij, al wordt er geschilderd.  Bijzonder met een losse kerktoren en een wit interieur als basis

Beneden naast het restaurant, waar we wat willen drinken, vinden we weer een winkeltje met rozenolie producten. Ook hier koop ik nog wat. 

Daarna fietsen we dezelfde route door de dorpjes Enina en Kran terug.

     

Op de camping beland ik in een hilarische conversatie met de receptiemevrouw. Ik wil nog 1 nacht betalen én vragen of er een wasmachine is, die ik mag gebruiken. Ze gebruikt de stemvertaalapp Bulgaars-Engels. Eerst lukt het voor geen meter, maar we komen er toch uit. Ik beland bij de dame die ik al steeds met de was van het motel zag lopen. Die dame spreekt een aardig woordje Engels! Dus dat had een stuk simpeler gekund. Ze wijst me de machine, helpt met aanzetten en uitdoen. Het is dan wel een Miele, maar één met gebruiksaanwijzing. Extra klappen. Openen ergens onderaan omdat de startknop stuk is. Hihi, net zulke oostblok kwaliteit als de douches!

In de namiddag borrelen we met net gearriveerde Hollandse Petra en Meindert. Ook zij hebben nog amper andere camperaars, laat staan Hollandse, ontmoet. Gezellig!

      

Woensdag 9 mei, Camping Veliko Tărnovo € 13 Dragizhevo Lyaskovets, Bulgarije.

Een slow start. Met Meindert en Petra wisselen we op de valreep tips uit. We reizen tegengesteld. Vrij kort na vertrek zien we de eerste begroeide puntheuvels. Dit zijn tumuli. De grafheuvels van de Thracische Koningen. Er worden er nog steeds ontdekt. Enkele zijn te bezoeken.

We draaien bij zo'n verwijzing. Hier blijkt een splinternieuw bezoekerscentrum bij 3 te bezoeken tumuli. Helvetia, Gringus en ? We hebben meteen een klik met de overenthousiaste beheerder. Ivan blijkt archeoloog. Heeft bij de Met New York gewerkt. Is daar retired en probeert in Bulgarije nu de voorlichting op touw te zetten. We vertellen dat in de jaren 90 in Boijmans Rotterdam de expo Het Goud van de Thraciërs grote indruk op ons maakte. Jammer genoeg vertelt hij ons ook dat we in Kazanluk het meest interessante museum, het historische, gemist hebben, want daar zijn wat van de goudschatten te vinden, waarmee de koningen begraven werden. Voor de tumuli zouden we ook een dag uit moeten trekken. Jammer. Misschien een volgende keer. Een kort, maar intens contact met Ivan, waarbij we zelfs visitekaartjes uitwisselen. Wie weet staat hij een keer  op de stoep.

     

      

Šipka voorbij beginnen we aan de lange klim naar  de gelijknamige pas. Thoffie boven met zicht op het Russisch-Bulgaarse vrijheidsmonument. We kopen er verse schapen en koeienkaas in glazen potten. Benieuwd hoe het smaakt.

     

De stad Gabrovo is smal en maar liefst 10 km langs de rivier gebouwd. Druk en in renovatie met veel beelden en leeuwenkoppen bij de oude brug. Ook de plaatselijke Lidl is smal en druk.

     

Voor een mooie lunchplek rijden we een kmtje van de doorgaande route tot het Dryanovo klooster aan de rivier met dezelfde naam. Het blijkt een bloedig verleden te hebben. Hét  symbool van Bulgaars verzet. Hier hielden 220 revolutionairen stand tegen een Ottomaanse overmacht. Nu gaat het er veel vredelievender toe. Terwijl wij lunchen stroomt de P vol met feestelijk geklede mensen, sommige met bloemen. Een bruiloft?

      

     

Nee, er worden meerdere peuters tegelijk gedoopt. Bijzonder! Het is duidelijk dat het rondom de kerk een nationale pelgrimsplaats is. Picknicktafel, een restaurant, een dierentuintje, speelplaats en toeristenkraampjes. Wat een mooi plekje weer. Campers mogen overnachten op deze betaalde P.

   

Wij willen vandaag nog wat verder. De stad Veliko Tărnovo staat bekend als de meest Bulgaarse stad. De Turken vonden hier hun Waterloo (als ik dat zo mag zeggen). Veel gebouwen dateren uit de nationale  revivalperiode. Het ligt tegen 4 heuvels. Het ziet er prachtig uit tegen de klifrotsen boven de rivier.

Een km of wat erboven slaan we af naar de gekozen camping. The Trinity Rocks. De weg wordt smaller en later onverhard, overwoekerd door groen. Na een scherpe bocht omlaag en vol kuilen bereiken we een idyllische spot aan de rivier. Op het shabby terrein lopen verschillende mensen die ons allemaal vriendelijk in het Engels begroeten. Wij dachten dat dit een Bulgaarse ietwat rommelige camping was. Kikkers kwaken in de rivier. Aangezien niemand ons echt ontvangt zoeken we een plekje op het hobbelige terrein, zodanig dat de satelliet net naast een grote  boom gaat. Aan het water een visser. Hij komt nu naar ons toe en vraagt of we meer naar de boom kunnen omdat we voor het huis staan dat hij huurt. We gaan nog 2 m vooruit. Pas dan begroet eigenaar Clif ons joviaal. Of we toch elders willen staan, want niet voor zijn huurders. Ondertussen zien we overal hopen ezel- en hondenstront liggen. Een ezel komt aangewandeld en gaat op het terrein liggen rollen. Ik krijg de slappe lach. Leen begint zich te ergeren. Wat een zooi! We gaan verder. Prima zegt Clif, nog even joviaal. Goodbye en weet je dat er nog een camping in de buurt is? 

Ja dat weten we. 17 km binnendoor. Ook onder Engels beheer, maar dan het andere uiterste. Even friendly, maar alles tiptop. Een berg info. Pracht sanitair, wifi, ruime plaatsen, uitzicht op de heuvels en een prima prijs voor dit alles. Shabby tegenover chique. Een down to earth Hyacint hier, tegenover Onslow daar. Pfff. Uitrusten! We hebben niet meer dan 100 km gereden, maar het was weer een interessant en  inspannend dagje.

     

     

     

     

Donderdag 10 mei, Camping Veliko Tărnovo.

In slaap vallen met kwakende kikkers en tjirpende  krekels, in de ochtend  wakker worden op de roep van de koekoek is niet verkeerd. Helemaal niet. Toch zijn we allebei niet fit. We starten sloom op. Beter niet vandaag doorrijden naar de Zwarte Zee. In plaats daarvan proberen we de wandeling door de farmersfields naar een dorpje verderop. 7 km in totaal moet het zijn.

We gaan meteen al de fout in door te vroeg van de weg te gaan. Daardoor komen we aan de verkeerde kant van de treinrails en meteen door diepe natte trekkersporen. Kruipdoor sluipdoor toch op de goede route.

      

We komen bij een kleine bron. Even later moeten we het stroompje over. Door de vele regen, die hier de afgelopen dagen gevallen is, moeten we nieuwe stenen gooien om enigszins droog over te steken.

Daarna een heel eind op de rand van een tarweveld en door nat gras. De vette klei plakt aan de schoenen. Eindelijk komen we weer op een boerendreef.

      

Na nog een paar km bereiken we dan het dorp. We worden begroet door een zich verspreidend koor van blaffende honden. De dorpelingen zijn bezig in de tuin, aan het houthakken etc.

      

      

Bij de hoofdstraat komt de Manastira in beeld. Onder een berceau van hop en druiven lopen we er op af. De deur is dicht. Er hangt een plakkaat opgeplakt, maar ja, dát kunnen we niet lezen. We lopen om het gebouw heen. Een poes schiet weg. Een zeer oud nonnetje komt naar buiten en begroet ons in rap Bulgaars. We mogen verder. De tuin in. Ondertussen kwebbelt ze door en stelt allerlei vragen. Of we willen slapen? Nee, camping! Ah, Kemping Englieski! We begrijpen elkaar. Nadat we de mooie schèzen, irissen voor de niet Zeeuwen, bewonderd hebben pakt ze een dikke bos sleutels vanonder haar habijt en opent een deur voor ons. Via een halletje komen we in de kleine kerk. Wat mooi! Fotograferen mag. Een donatie misschien of een paar kaarsjes? Het nonnetje weet het ons goed duidelijk te maken. Daarna zijgt ze amechtig op een stoel.

     

     

Al kletsend weer naar buiten. Ze heeft het volgens mij over visjes eten en schuilen voor de regen, die verwacht wordt. Na herhaalde dank en afscheidsgroeten zwaait ze ons hartelijk na. Wat een ervaring weer.

In een propvol supertje  kopen we wat groente en een appel. Verder aan het centrale plein een slager, het postkantoor, een klein gezondheidscentrum en een gemeentehuisje. Middenop de gemeentelijke waterkraan en het onvermijdelijke militaire gedenkteken. Hier staat er een stuk geschut voor. Vaak is een dorp ook met een Mig of zo verblijd. Zo kom je makkelijk van je overtollig spul af.

Aan de andere kant van het plein ontwaren we een paar parasols en een buitenreclame. Zou het een restaurant zijn? Warempel. In het zaaltje voor de bar staan alle tafeltjes gedekt met een soort koffietafel. Hier uiteraard op iedere tafel een fles witte wijn. Er is nog geen klandizie. Wel 3 man/vrouw personeel. Niemand spreekt iets anders dan Bulgaars. Op ons gebaar of wij ook kunnen eten volgt een drukke onderlinge discussie. Dan grijpt de jongste haar mobieltje en begint te bellen. Even later krijg ik de telefoon in mijn hand gedrukt. Een Engelssprekende man bevestigt dat we kunnen eten. Niet de koffietafel, maar anders. Hij raffelt allerlei gerechten af. Kip heeft ie niet en eieren ook niet. Het enige wat ik begrijp is kebab en potatos. Salade kan erbij, antwoord hij. Ok, dat wordt het. Allebei een watertje aangewezen uit de koelvitrines want aan  cola light of 0% bier doen ze hier niet. We worden naar de tafeltjes bij de ingang verwezen. Daar zit inmiddels een pater in misgewaad  met een compaan te smoken, terwijl de lunchtafels bezet worden door bejaarden. Even later wordt de pastoor ook het zaaltje ingebonjourd. Hij begint aan een 5 minuten durende supersnelle zegzing litanie. Daarna hapt men toe. Eerst zijn de gesprekken rustig. Is het een begrafenismaal? Allengs, terwijl  de wijnflessen leger raken,  wordt het levendiger. Ondertussen krijgen wij een servet met vork. Daarna komt een salade van tomaat, ui en komkommer met flinke schijf stevige scherpe witte kaas. Net een Griekse salade. Lekker! Al snel krijgen we er ieder een bordje brede frieten met 2 pittig gekruide gehaktfrikandellen erbij. Simpel, maar smaakt prima. De prijs voor ons samen € 9.

    

Zo, na de  geest ook lichamelijk gelaafd, stappen we de terugkilometers welgemoed langs de hier absoluut niet drukke straatweg.  De verwachte regen is niet gekomen. De donkere wolken drijven over. Af en toe schijnt de zon zelfs. De afgelegde afstand  is wel wat meer geworden, 10 km. De dufheid zijn we kwijt. Voldaan moe. Uitbuiken en Giro kijken. Ze fietsen naar de Etna. Ja Sicilië willen we toch ook weer een keer heen.

       

    

Vrijdag 11 mei, Camping Saint George Resort 30 Leva (€ 15), Kavarna, Bulgarije.

We zitten nog steeds in de zuidoostelijke depressie. Veel bewolking, af en toe regen. Het doet ons besluiten verder te reizen naar  de Zwarte Zee. Onderweg wil ik 3 bezienswaardigheden aandoen. Maar voorlopig zoeven we, afgewisseld door rammelen over de 4. Bij een bijzonder pompstation/bar, Flintstown/Bedrock thoffie.

We slaan af naar de stad Sumen. Wat een haveloze stad. Temidden van dit grauwe postcommunisme zie ik  een oude vrouw met hoofddoekje. Vanonder haar winterjas piept  een zouavenbroek. We naderen ons doel.

     

     

Tussen  alle grauwheid steekt een lange slanke minaret de hoogte in. Dit is de Tombul-džamija. De grootste bewaard gebleven moskee van Bulgarije. Sinds de stichting nog altijd dagelijks in gebruik. We vinden onder de koepel een Pplekje. Er wordt gerestaureerd. Mannen zwaaien me toe vanaf het dak. Leen blijft in de camper, terwijl ik uiterst vriendelijk ontvangen wordt door een jonge bewaker. Voor 4 leva krijg ik een Engelse uitleg mee en een mooi foldertje. De man begeleidt me de moskee in. Ook hier compleet in de steigers. Een vrouw is op blote voeten de tapijten aan het zuigen. Terwijl ik mijn schoenen uitdoe en mijn sjaal om, trekt de man de tapijten netjes en verwijdert stoflakens. Het is vrijdag vandaag. Een belangrijke dag voor het gebed. Hij wijst me  tussen de steigers op de al gerenoveerde stukken en schilderingen. Verder wordt me alle tijd gegund om de info te lezen en te fotograferen.

      

Met de schoenen aan mag ik nog naar de binnenplaats met de fontein tbv de rituele wassing voor het gebed. Daar is ook de Koranschool en de bibliotheek waar een indrukwekkende verzameling Arabische geschriften verzameld is, of was. Dat ben ik vergeten te vragen. Wat zal het hier prachtig zijn als de renovatie is voltooid. Ook in deze staat vind ik het zeer de moeite waard en voldoet het naast gebedshuis al aan de doelstelling om toeristen van welke nationaliteit of religie ook, een blik te gunnen in moskee en religie. Een oecumenische gedachte.      

 

      

We doorkruisen Sumen van west naar oost. Ik lees later, dat na het verdrijven van de Ottomanen veel moois uit die cultuur vernietigd is. Daardoor heeft de communistische bouwwijze vrij spel gehad.

Buiten de stad rijden we weldra  op een rotswand aan. Hier de 2e bezienswaardigheid voor vandaag. De Madarski Konnik, de Madara paardrijder. In de rotswand is het reliëf van een levensgrote paardrijder uitgesneden, gevolgd door een hond en aan zijn voeten een stervende leeuw. Dit middeleeuwse kunstwerk is inmiddels Unesco Werelderfgoed. Na de ticketbalie (5 leva pp) klimmen we er over een steile trap recht op af. Mooi, maar gauw bekeken. Je kunt rechts en links nog naar grotten, de resten van een oud fort en naar een schrijn wandelen. We lopen een eindje richting fort, maar aangezien er geen afstanden bij staan keren we snel om. We zijn tenslotte onderweg. Het archeologisch museum beneden is helaas gesloten, waarschijnlijk middagpauze. De grotten kunnen we bij terugkeer  mooi zien vanaf de parkeerplaats.

     

    

Hup de snelweg op en naar de volgende attractie. Dat is 20 km voor Varna het Pobitite Kamani. Het Stenen Woud, een natuurfenomeen. Dat is een stuk land vol met stenen pilaren, waarvan enkele 12 m hoog zijn. Sommige lijken een dier, bevroren fontein of golven. Het verhaal gaat dat het stenen woud miljoenen jaren oud is en dat het in vroeger tijden de bodem van de zee was, hoewel er ook nog steeds mensen zijn die geloven dat het werkelijk versteende bomen zijn. Helaas helaas. Wij kunnen de coördinaten niet vinden. Zien op de snelweg de onduidelijke verwijzing. 4 km rechtdoor en missen zodoende de afslag. Jammer dus. Dan maar niet.

In plaats daarvan kiezen we de route dwars door de drukke havenstad Varna. De stad komt groen en gezellig op ons over.

     

Daar net buiten op de slechte kustweg zien we dan de eerste glimpen van de Zwarte Zee. Het motto van deze reis bereikt. Dit stuk met veel te veel bebouwing en soms foeilelijke hotels bevalt ons echter een stuk minder.

    

We zijn blij dat we rond 4en na de toch weer inspannende rit van de camping oprijden. De witte kliffen, niet van Dover, maar van Kavarna, niet helemaal een verrassing, want getipt door Petra en Meindert een paar dagen geleden.

           

Zaterdag 12 mei, Camping Resort Saint George, Kavarna, Bulgarije.

Nu hebben we de Zwarte Zee bereikt, maar er nog nauwelijks iets van gezien. Zo achter groen en bebouwing verstopt ligt hij. Bovendien begint iets noordelijker Roemenië al. We laten Libby vandaag in rust. Op de fiets proberen we meer te zien van de kustlijn. Ook dat valt nog niet mee. We rijden een stukje privé voor appartementen langs en zowat over het zwembadterras. Er wordt overal druk gewerkt. Nieuwbouw, maar ook klaarmaken voor het seizoen, dat nog niet echt op gang gekomen is. Dan moeten we weer hoger en eindigen voor een met slagboom afgesloten weggetje. We wagen het er niet op en rijden omhoog naar de kustweg tussen het groen, waar  we gisteren met Libby passeerden. Overigens ook zeer rustig, want niet de hoofdroute.

              

             

De zee piept er maar heel af en toe door. We genieten des te meer van de vogels, o.a. een hop. De bloeiende planten en bloemen, gaspeldoorn, een roze korenbloem en meer.

          

Zodra we het dorp Balchik aan Zee binnenrijden verandert dat. Het is hier leuk! Zeezicht. Bootjes, een soort van boulevard met terrasjes en winkeltjes met badspullen. Flanerende mensen. Wij zwalken er tussendoor. Aan de bestrating is nog weinig aandacht besteed. Dat is een lappendeken met gaten.

              

            

            

Zo geraken we aan het eind. Daar ontwaren we de minaret van een moskee. Het blijkt het torentje van het koninklijk paleis van koningin Maria. Oma van de huidige koningskandidaat, wonend in Parijs, dacht ik. In ieder geval haar echtgenoot schonk het in 1913 aan zijn vrouw, die weer een kleindochter van de Engelse Queen Victoria was. Kwade tongen beweren dat ze het buitenverblijf vooral gebruikte om haar Turkse minnaar te ontvangen. Dat zijn leuke verhalen voor de mensen.

Het paleisje is omringd door een prachtige terrasvormige tuin. Nu is het een van de grootste botanische tuinen van Europa met een grote verscheidenheid aan cacti en vetplanten. Ik wil de tuin bezoeken, het paleis niet. Leen zal op een bankje op me wachten.

Nu begint er weer zo'n surrealistische Oostblokdiscussie. Ik zie het aangeplakte biljet bij de kassa. 8 leva voor de tuin. 14 Leva zegt de dame. Nee, alleen voor de tuin. Er zijn 2 loketten, maar alleen de tuin in kan niet,  zeggen de dames. Het duurt even voor we het snappen. Ik probeer het bij het tafeltje. Zelfde verhaal. Nou dan maar niet,  zeg ik. Zoveel tijd en geld (het zijn onze laatste leva) wil ik er niet in steken. Achter ons begint een heftige discussie tussen de 2 dames en een man, die er ook rondhangt. Hij wil me wel een enkel tuinticket verkopen. De dames volharden. 2 tickets voor paleis en tuin, maar apart kan niet. Nou ze zoeken het maar uit!

Net voorbij de tuinen aan het eind van de boulevard vinden we een leuk terras boven het water. Een Bulgaarse kruidenthee en een Americanokoffie samen voor nog geen 3 leva. Dat kan er nu wel vanaf.

Nog wat boodschapjes bij de grote supermarkt. Die blijkt alleen in de zomer groente en fruit te verkopen, maar verwijst ons naar een zijstraatje verderop. Daar zit een zeer oosters aandoend winkeltje. Ze hebben sla en bananen. Nog is ons geld niet op. We rijden naar het totaal niet toeristische dorpsplein. Bij een drukbeklant snackje bestellen we een gegrild broodtasje. Voor Leen gevuld met kip, voor mij de kebabcheba, de gehaktstaafjes. Verder gaat in de broodzakjes, aardappelsalade, groene sla, tomaat en komkommer en daarbovenop ook nog frietjes. Servet erom en happen maar! Zelf kun je ketchup, mayo, mosterd of pittige chili toevoegen. Kosten 5,80 Leva voor 2. Nog geld voor een flesje water ook. Het smaakt stukken beter dan de Macdo. Een poesje kijkt vanaf mijn voeten smekend omhoog en hapsnapt mee.

          

Rustig fietsend beginnen we aan de terugtocht. We nemen deze keer wel de afslag naar beneden. Een echt dorpje zien we niet. Voorbij een verbodsbord rijden we verder over de steeds verwaarloosder en bijna dichtbegroeide asfaltweg. We komen uit bij de slagboom waar we vanmorgen omdraaiden. Vlakbij de camping proberen we nog bij het strand te komen. Prachtige namen zoals Paradise Bay voor grote lelijke apartementencomplexen. Soms net af, de meeste nog in aanbouw. De straten nog onverhard. We komen weer uit op dezelfde plek. De opzijgelegde 60 Leva verdwijnt in de portemonnee van de campingbaas. Wij zijn klaar voor Roemenië morgen.

           

               

                         

verder naar week 20