Zondag 15 april, Camping Familia, Pécs, Transdanubia, Hongarije.

Na grote sani volgt een  hartelijk afscheid op Europa camping Siesta Noel, we wensen dit West-Vlaamse koppel alle succes. Aan hun gastvrijheid en werklust zal het niet liggen. Nauwelijks vertrokken steekt een prachtige vos de weg over. Jammer, de camera nog niet in aanslag. We zien later vooral dode dieren naast de weg  Een reetje, een bontdiertje, marter?. Nog een glimp van het Balaton en dan verder zuid.

Het landschap zoals steeds vrij vlak, hier en daar huisjes, een dorp met kerk. Kruisbeelden overal. Eén beetje saai, maar aangenaam door de lentetooi.

Het dorp Nagybajom heet ons trots welkom als Europa's witte ooievaarsstad. Ook in het Engels gelukkig. In het Hongaars hadden we dat niet uitgevogeld. We zien echter geen enkel nest laat staan ooievaar. Aan het eind van het dorp wel een pomp, waar met de kaart kan worden betaald. Dat is zeker zo belangrijk.

          

Het laatste stuk is heuvelachtig. Het wordt nu spannend, want de stadscamping  gaat pas 1 mei open. In mijn knipselmap vind ik Mandaluscamping in het bos ten noorden van Pecs. Die zou vandaag 15 april al open moeten gaan. Het knipsel is uit 2005, dus zonder coördinaten. Het ingetoetste adres zou bij de dierentuin moeten zijn. Dat blijkt een stuk bos zonder bebouwing en zonder verwijzing. Overal geparkeerde auto's voor de Zoo. We rijden omhoog richting Tv-toren, want daaronder moet het zijn. Op een draaicirkel met geparkeerde auto's en bus, iedereen gaat hier wandelen, komen drie jongeren met geplukt groen (zuring) omhoog. Eén spreekt Engels en komt uiteindelijk tot dezelfde conclusie als ons: tegenover de Zoo moet het zijn. Langzaam dalen we af en zoeken nogmaals. Hier is echt niets. Ik loop de volgende kruising voorbij en zie dan rechts een grote blauwe richtingaanwijzer (alleen vanuit de stad te lezen): camping. We rijden erheen. Daar  zien we een paar tot ruïne vervallen gebouwen, die lijken op de foto. Weer draaien, want het loopt hier dood, maar er is wel een halte, waar net de  bus stopt. De chauffeur draait zijn raampje omlaag en vraagt of wij een camping zoeken. Jaah! Hij stuurt een jongeman de bus uit. Die moet onze Tomesita duiden waar een andere camping is. Alle passagiers wachten ondertussen geduldig. 6 km aan de andere kant van de stad. Jaha, dat is die van 1 mei pas open. Toch is onze dank groot. Zoveel  vriendelijkheid.

          

          

            

         

We rijden er heen en krijgen de scenic  route langs de muren van het oude centrum. De Lidl voorbij (evt uitwijkP) staat een bord Hotelcamping rechtsaf. Net op de smalle oprijlaan zien we het al: Hek dicht. Hangslot eraan. Ik loop er toch even heen. Achter de muur hoor ik een man werken in de tuin. Op mijn roepen reageert hij door de telefoon te pakken, daarin kort te praten en verder te harken. Ik vat dit maar positief op. Even later komt er een vrouw aan. Ze lacht me toe. Ha fijn, denk ik en wenk Leen met Libby  alvast vooruit. Die staat gelijk met de dame aan het hek. Wir sind geschlozsen bis 1 mei, zegt ze. Ik heb nog geen water. Nou we hebben niks nodig. Alleen een plekje, smeek ik. Ze gaat overstag. We mogen binnen. Nicht schreiben, maar wel HUF 4000 (€ 12).

           

            

        

Prima hoor. De dame is idd het pietje precies uit de commentaren, maar ook vriendelijk genoeg. We hebben wel ergere Frau Ostblocks meegemaakt in het verleden.

Vandaag doen we niet meer dan paar boodschapjes in de Lidl vlakbij. 0ndertussen is er nog een Duits campertje binnen. Openen we samen het seizoen.

          

Maandag 17 april 2018, Kemping Familia, Pécs, Transdanubia, Hongarije.

In een dik half uur bereiken we de muur van de oude vesting Pécs. Een roerige geschiedenis van bezetting door o.a. Kelten en Romeinen, een  vroeg christelijke periode gevolgd door een Turkse en daarna weer Duits/Oostenrijks katholiek en niet te vergeten de communistische tijd. Dit alles maakt Pécs een boeiende levendige universiteitstad met een oriëntaals karakter. Aldus meldt ANWB goud.

Voor de muur passeren we de 1e kerk/voormalige moskee. De oude moskeevensters zijn bij een restauratie weer te voorschijn gekomen. We lopen een stuk langs de noordelijke muur. Er worden  nog steeds stukken bloot gelegd, zien we.

     

Binnen de muur komen we als vanzelf in het museumkwartier. Op maandag gesloten, maar voor wie zijn oogjes open houdt en bij iedere niet gesloten deur naar binnen gluurt, valt er meer dan genoeg te  bewonderen. De kunst ligt letterlijk op straat :-)

            

            

Even vanzelf dwalen we het Domcomplex binnen. Een compleet klerikale wijk. Ook hier oogjes open en genieten maar.

           

              

             

            

Daarna het gezellige centrum met alweer prachtige gebouwen en een relaxt sfeertje. We hebben het 'stik' naar ons zin.

Ondertussen kuieren we al een  uurtje of 2 en gaan de maagjes knorren. In een gezellige zijstraat vinden we een hip dönercafé. Dat vinden we wel toepasselijk in deze stad met Turkse roots.

Voldaan nog even terug naar het grote plein om o.a. de drakenfontein en de voormalige moskee nog eens beter te bekijken.

         

Via dezelfde winkelstraat lopen we met een grote boog om het centrum heen. O.a. langs de resten van een voormalig Turks badhuis en verderop de best bewaarde moskee van Hongarije. Helaas is het Turks museum daarin vandaag ook dicht.

Op de rand van het centrum lopen we tegen de synagoge op. Hoewel de Joodse gemeente is gedecimeerd van ruim 4000 naar krap 400 wordt de synagoge weer vrij druk bezocht. Tegen een luttel bedrag mogen we er in en krijgen een Hollandse uitleg mee.

           

De stevige tippel camperwaarts geeft nog aardig wat te bekijken en brengt ons o.a.  langs een Turkse winkel, waar ik gedroogde abrikozen en vijgen kan kopen. Onderweg passeren we een keramiekfabriek, waar deze streek bekend om is en uiteindelijk zijn we heel blij dat we met de voetjes omhoog kunnen na deze rondwandeling van 12 km. Maar wat een leuke vrijgevochten stad en ietwat multiculti is Pécs. Hier zie je niet alleen witte blonde mensen maar ook meer olijfkleurige huidjes. Het doet ons ook goed dat de gemêleerde klassen schoolkinderen heel ongedwongen met elkaar omgaan. Ook Chinese jongeren daartussen Echter Afrikaanse mensen zijn we in heel Hongarije nog niet tegengekomen. Met het huidige  xenofobe politieke klimaat zien we dat nog niet direct gebeuren ook.

         

               

Dinsdag 17 april 2018, CP BerMar (gratis), Ásotthalom.

Via onze website hebben we een uitnodiging gekregen voor een camperplaats van nl-ers nog meer oost in de buurt van de stad  Szeged, vlakbij de Servische grens. Budapest moet nog maar even wachten. Via  Mohács rijden we vignetvrij naar Baja in de Donauvallei.

           

          

            

Vandaar leidt de 55 ons lang door nog kaal akkerbouwgebied. Is dit al onderdeel van de grote vlakte, het Poestagebied, vragen we ons af. Gelukkig ligt er wel regelmatig een dorpje.

           

            

De laatste kms is het wat meer bebost en ook  bewoond.

We eindigen over een bospad op een open terrein met flink verbouwd huis. Een hartelijke ontvangst en dan zoeken we een plekje naast de fruitbomen in bloesem. Dat moet zorgvuldig gebeuren om niet in het rulle zand terecht te komen. Uiteindelijk staan we naar volle tevredenheid. We hebben al gehoord, dat er  genoeg te wandelen en fietsen valt in deze omgeving,  maar eerst is het tijd voor de lunch en wat ontspanning.

We hoeven niet meer na te denken over een evt activiteit vanmiddag. Het regent zachtjes, maar wel constant. Lekker binnen boekje lezen voor mij en voor Leen een lang gesprek met Bert, onze gastheer.

Terwijl wij naar de herhaling van 'We zijn er bijna' in Roemenië en Bulgarije kijken, rijdt er een Duitse camper het erf op en voor we kunnen reageren ons voorbij en tja....hartstikke vast in het zand! Die is er ook bijna, maar nog niet helemaal. Gelukkig is Bert niet voor één gat te vangen. Met zijn trekkertje sleurt hij de camper achteruit naar steviger ondergrond. Op de camper ontdek ik voor en achter een afbeelding van een distelvink, een Puttertjes dus. Het blijkt symbool voor zijn stad te staan: Niedernhall in Baden-Württemberg. Geen hoogvlieger deze Puttercamper, maar gelukkig was het leed snel geleden.

          

Woensdag 18 april 2018, CP BerMar, Ásotthalom.

De zon schijnt. Dat betekent fietsen. Bert heeft ons een leuke route getipt. Servië is vlakbij. Hoe onze reis verder gaat weten we nog niet precies, maar duidelijk is wel al dat het niet via Servië zal zijn. Extra leuk dus om toch even een voetje in Servië te zetten. Bij het dorp Ásotthalom slaan we linksaf richting grens. Qua landschap lijkt het wel of we naar de ouderwetse grens bij de Koewacht of Heikant fietsen.

            

             

De grens ziet er echter anders uit. Een monument vlak ervoor is niet toegankelijk. We realiseren ons dat ook hier het kms lange antivluchtelingenhek langs de grens loopt. Alle kleine weggetjes zijn afgesloten.

Dit is een  officiële grenspost, alleen overdag open,  met paspoortcontrole van beide landen. De douanemensen zijn vriendelijk, maar willen wel weten wat onze plannen zijn. Het Servische koppel geeft ons de tip om naar Palić met een mooi meer 10 km verderop te fietsen.

Zodoende zetten we heel wat meer dan een stapje in Servië. Leuk! Toch meteen anders. Kleine huisjes. Aardappelen worden gepoot. We zien veel oudere oost Europese (vracht)auto's, maar ook veel mensen op een elektrisch brommertje en fietsen zonder trappers!

          

            

Voor het stadje Palić fietsen we eerst langs een klein meer met vissers en vogels. Mooie huizen aan de overkant. Hier pauzeren we even.

        

Verder fietsend bereiken we het grote meer. Nu ontdekken we meer grote gebouwen in een parkachtige omgeving. Hier is toerisme. Mooie villa's met houten veranda's, beschilderd met folkloristische motieven. We kijken onze ogen uit.

            

            

             

Op de terugweg fietsen we de oprijlaan op naar het wijngoed dat we op de heenweg al zagen. Het blijkt ook nog hotel en restaurant. Het ziet er sjiek uit. Ze willen ons meteen aan de maaltijd en ook naar de wijnkelder. We hebben geen Servisch geld, maar geen probleem. De goedkoopste wijn begint bij € 5. Lijkt me aardig aan de prijs voor slobber. Wat kost de goeie wijn dan? We houden het vandaag maar bij thoffie. De prijs valt mee, maar betalen kost moeite. We kunnen niet passen in Forint en ook in Euro's lukt niet, omdat ze geen klein geld accepteren. Uiteindelijk lukt de tweede poging  met de kaart.

             

Welgemutst fietsen we de kilometertjes terug naar de grens.

Daar krijgen we weer een stempel bij ook deze keer weer vrolijke douaniers. Evengoed moeten onze fietstassen open om te controleren of we geen sterke drank of sigaretten smokkelen. Goed dat ik me bij dat chateau niet te buiten ben gegaan ;-)

Nog hebben  we er niet genoeg van. Ook in Hongarije doen we nog een extra ommetje langs het grotere dorp Mórahalom. Gezellig daar en ook hier een thermen. De prijzen zowat de helft goedkoper dan we eerder meemaakten. Wie weet, komt het er nog van.

          

            

Heerlijk gefietst, bijna 60 km en daarna nog even buiten bij de camper. Genieten onder de fruitbomen. Prima stek hier!

       

Donderdag 19 april 2018, CP BerMar, Ásotthalom.

Met Bert en Mariëtte kunnen we meerijden naar de grote stad Szeged. Mariëtte moet met haar gebroken pols op controle. De kliniek ligt op de rand van het centrum. De afspraak is al om 9 uur. Desondanks krijgen we van Bert de scenic route over de oude weg. We komen zelfs nog even bij het  dubbele grenshek.

Zodoende lopen we al vroeg de stad in. De binnenstad van Szeged is in de 19e eeuw vrijwel verwoest vanwege een grote overstroming van de rivier de Tisza. De herbouw is dus 19e/20e eeuws  Classicisme,  Jugendstil en een ratjetoe van Neostijlen. Met recht eclectisch. Toch is het volgens ANWB Goud een aangename ruime en vooral ook groene stad. Dat  ervaren wij meteen al.

De Heldenpoort met schilderingen over de periode 1914-1918 is een tip van Bert. Indrukwekkend!

Daarna recht op de Dom af. Van de oorspronkelijke 14e eeuwse kerk is alleen nog een losse toren over. De schilderingen binnen zijn 20e eeuws. Mooi, er heerst een serene sfeer.

             

           

Het grote plein ervoor is aan 3 zijden omgeven door een lange bogengalerij. Daarachter zitten  vele faculteiten verborgen. Aan de muren daartussen beelden en reliëfs van beroemdheden uit de kunst en litteratuur.

           

Op weg naar de VVV passeren we al indrukwekkende pandjes, waaronder het Zwarte Huis (nu museum), dat overigens grijsbruin blijkt.

          

Hier draaien we terug, want buiten de burgerlijke bovenstad was er van oudsher een dorpse (landbouw) beneden stad. Het is er nog steeds groen en rustig. Hier vinden we de kerk gewijd aan Maria-in-de-Sneeuw. Dit zou in al zijn eenvoud (wel barok interieur) veruit de mooiste kerk tussen Tisza en Donau moeten zijn. Of dat echt zo is moet ieder maar zelf bepalen. Wij vinden het een prachtige plek in deze inderdaad nog steeds dorpse sfeer en genieten er ook nog  van een foto-expositie in de kloostergang en een thoffietje ervoor.

          

         

Weer helemaal terug tot de touristinfo, waar we de wandeling langs Jugendstil ea gebouwen weer oppikken.

         

            

Aan het grote centrale plein oa het neoklassieke raadhuis en nog meer imposante gebouwen en beelden. Ook hier heerst een relaxed sfeertje met spelende kinderen en  een straatmuzikant.

We zetten koers naar de rivier. Daar staat ook het neobarok cultuurpaleis. Je moet er van houden.

          

Terug in het centrum kunnen we in het restaurantstraatje geen keuze maken. Veel fastfood, wraps ed. We hopen dan in de joodse buurt of op weg naar het busstation een leuk eethuisje te vinden. Zul je altijd zien. Nee dus. De oude synagoge is niet te bezoeken. De van buiten al weelderige jugendstil nieuwe synagoge is helaas aan de middagpauze bezig.

        

Wij rammelen ondertussen en kopen dan maar op de overdekte markt voor het station wat hapjes. Op het drukke busstation horen we dat we bijna een uur moeten wachten tot onze bus op 2 vertrekt. Wat een kakofonie en drukte met passagiers en bussen daar. Als onze bus er eindelijk is, drumt iedereen naar binnen. Wij ook! Balen. Dit is niet de juiste bus. Welke dan wel? De bussen hebben geen nrs. Er staan alleen maar namen op van ons volkomen onbekende dorpen.

                

Gelukkig voor ons zijn onze reddende engelen nog steeds in de stad. Minder gelukkig voor Mariëtte is het niet goed met de breuk en heeft ze extra (pijnlijke) behandeling voor er nieuw gips opkomt. Bert heeft ons al eerder gesmst. Nu maken we graag gebruik van hun aanbod. Tippelen weer terug het centrum in en kunnen bij de kliniek zo in de auto schuiven. Samen rijden we naar de Aldi. Drinken een thoffietje in het winkelcentrum bij de Tesco en kopen tot slot bij een aardige dame in een kraampje een gebraden kippetje. Moe (13km te voet afgelegd), maar voldaan zijn we rond 4en weer terug op honk. Het was een prachtige dag en de temperatuur ook hier echt zomers.

        

Vrijdag 20 april 2018, CP BerMar, Ásotthalom.

Een relaxte hudderdag moet het worden, deze laatste dag bij Mariëtte en Bert op het erf. Terwijl zij 2en nogmaals al vroeg naar het ziekenhuis vertrekken, starten wij rustig op. Ik poets de stoffige horramen, Leen verzorgt de sani. Later mag er een was gedraaid en als die hangt is het tijd voor de lunch. Bermar rijden voor. We gaan gevieren lunchen in Mórahalom.

De deur van de dorpskerk staat open. Mooi om binnen te kunnen kijken. Naast de thermen is een goed restaurant.

           

We eten er op het terras. Het dagmenu staat alleen in het Hongaars. Dat krijgen we niet ontcijferd en niemand spreekt genoeg Duits of Engels om dat uit te leggen. De gerechten van de kaart (wel Engels en Duits) klinken heerlijk en ogen best exclusief. Dat zijn ze ook. We laten het ons onder gezellig geklets goed smaken. Dit is een wat duurder restaurant, maar voor Hollandse begrippen nog steeds erg goedkoop. Op de terugweg naar de auto  trakteert Bert nog op een ijsje. Overal in Hongarije zijn ijssalons met soms best bijzondere smaken.

           

      

Bij terugkeer is de was droog en kan schoon in de kast. Leen spuit nu Libby's buitenkant stofvrij en zet de fietsen achterop. We zijn weer klaar voor verdere avonturen. Morgen Roemenië in. We hebben genoten van Hongarije en van de gastvrijheid hier. Dank Mariëtte en Bert in Ásotthalom,  Noël en Siësta in Alsópáhok. Veel geluk en succes verder in Hongarije.

             

Zaterdag 21 april 2018,  OP Mónâstirea Hodos, Bodroch Nou, Arad 25 km (CC sitecode 25987), Roemenië.  

Nog verwend met een zak noten nemen we hartelijk afscheid van Bermar. We hebben het hier goed gehad. Hongarije en ook nog een stukje Servië liet zich in lentetooi van zijn mooiste kant zien. Tomesita neemt de scenic route  buitenom het dorp. Hier zijn we zelfs met Bert niet geweest ;-)

          

In Szeged  heerst zaterdagdrukte. We vinden maar net een Pplekje bij de Lidl. Daarna langs het busstation en buitenom het centrum naar het oosten. Pff! Hoogste tijd  voor thoffie in een dorpje voor de kerk.

      

De Hongaarse douane controleert onze paspoorten grondig en informeert vriendelijk of we emigranten bij ons hebben. Nee, is de verkeerde kant op, zegt Leen. De Roemeense douane werpt een vluchtige blik op de pp'en en wuift ons door.

De volgende stop passeren we. Leen heeft gister digitaal al een tolvignet gekocht. € 7 voor 1 maand. In Roemenië  verplicht voor alle wegen.

Rijden dus. De 1e rustige indruk geeft verlaten en ingestorte boerderijcomplexen, een paard en wagen, iets armoediger dan Hongarije, maar ook nieuwe auto's en huizen in opbouw.

         

Cenad, een iets groter lintdorp met mooie kerk. Een km of wat erbuiten zien we een verwijzing naar een klooster. Het Mónâstirea de Morisena. We hobbelen erheen. Van buiten een sober orthodox complex . De muren gestuct en gesausd, zinken daken. Ik word bij de kerk in het Engels verwelkomd door een piepjonge non, lang zwart gekleed en gesluierd. Uiterst vriendelijk doet ze de deur weer open. Ik mag binnen en fotograferen. Zij zit aan de zijkant rustig op een stoel te wachten. Vergezeld door haar goede reiswensen kijk ik nog in de tuin voor het klooster, waar ze woont. Wat een mooi en bijzonder welkom in Roemenië.

           

              

In Sânnicolau Mare slaan we linksaf op witte weg richting Arad. Soms uitstekend, soms belabberd van kwaliteit, maar rustig qua verkeer. Na nog een aantal lintdorpen met vele kerken, duidelijk herkenbaar RK of Orthodox en ook een Evangelische kerk.

          

          

           

Voor de ingetoetste OP volgen we nogmaals een Mónâstireabordje. Dit is andere koek, zien we al bij nadering over de Kruisweg. Een prachtige plaats, maar eerst lunchen.

        

Daarna decente kleding aan. Voor mij rok naar beneden, vestje aan en sjaal over het hoofd. Leen lange broek en mouwen. Respect, want dit is één van de oudste kloostercomplexen (vanaf 12e eeuw) lezen we. Door de eeuwen heen is er flink verbouwd/aangebouwd. Er wonen nu nog een 20tal bebaarde monniken. Die overigens niet in habijt, maar in zwart pak of stofjas rondlopen en allemaal zeer vriendelijk zijn. Overal staan deuren uitnodigend open. We zien niemand in de kerk en kapellen en fotograferen dus stilletjes. Prachtig en vredig overal. Ook buiten. Zeer de moeite waard. De rest van de middag brengen we door met alle ramen open onder het getsjirp van vele vogeltjes. Af en toe komen er locals voor een kort bezoekje. Een kaarsje branden en of een flesje heilig water uit de fontein tappen.

             

              

           

               

            

                

               

Tegen 5 uur Roemeense tijd horen we ineens herhaaldelijk getik van hamertjes tegen de reusachtige klokken in de toren boven de poort voor onze neus. Daarna stopt het. Precies 5 uur beginnen de klokken oorverdovend te beieren. Even later zingt een mannenstem. Eerst zacht, daarna luider. Meerdere mannenstemmen  vallen in. Wat bijzonder. Er zijn geen bezoekers van buiten, al komen er  later regelmatig bezoekers, die ook weer snel vertrekken. De volledig gezongen mis, soms begeleid door houten rammelaars duurt maar door. Ook tijdens het oorverdovende klokgebeier van 6 uur houdt het niet op. Ik loop naar binnen en zie de pater onderin de toren aan het touw trekken. Op de binnenplaats zit een oud vrouwtje droogboeketjes te maken. Een pater veegt een kapel uit en een  andere zit ontspannen achterover op een bankje. De paters die ik nu zie zijn wel in habijt. Kennelijk hoeven ze niet in de kerk,  maar kunnen ook meditatief  wandelend of vegend de mis ervaren. Waarom ook niet. Het geheel straalt een grote rust uit. Uiteindelijk duurt het bijna 3 uur. Daarna voelt de stilte toch wel heerlijk aan. Nu is de grote vraag: Hoe laat begint de ochtendmis?

            

verder naar week 17