Proefcamperen
Een tripje door Zeeuws en Belgisch Vlaanderen.
 
31 maart 2011. Hulst Camperplaats Havenfort.
Vorige week hebben we onze caravan overgedragen en zijn we met onze ‘nieuwe’ camper van Heinkenszand naar de Smokkelhoek in Kapelle, het andere filiaal van Gorter Caravanlife, gereden. Hier konden we in alle rust onze RV inrichten. Vandaag is het dan zover. Onze 1e campertrip sinds jaren staat op stapel. Het is nog geen routine, maar tegen de middag rijden we met een volgeladen I.T. naar Kapelle. Twee weken geleden hebben we onze Nissan Primastarbus al ingeruild voor een blits wit Hyundaitje I 10, vandaar de naam. Een uurtje later zwaait Rijn ons gedag. Weer richting Goes. Leen in de camper, ik er achteraan in ’t otootje. I.T. is geparkeerd, de post in huis nog even nagelopen, de deur goed afgesloten. We kunnen echt op pad. Ons doel vandaag is Hulst. We laten de Westerscheldetunnel links liggen met Mr. Big. Zelfs met T tag vragen die een forse prijs. We zetten koers naar Antwerpen. Het is nog flink wennen. Zes versnellingen i.p.v. een automaat en een flink stuk langer dan de Primastar. Daarentegen geen flinke Kip aan de kont hangen. Leen doorstaat de vuurdoop glansrijk. Neemt de drukke Ring rond Antwerpen vloeiend en bewijst zijn stuurmanskunst bij de Blauwe Hoeve door de camper achteruit in een gewone parkeerplaats te drukken op de vrijwel volle parking. Na een gezellig bezoek aan tante Nelly rijden we naar de andere kant van Hulst en vinden vlak voor de Gentse Poort de CP. Er staat al een Belgisch campertje, later komt er nog een Duitse camper aan onze andere kant staan. Veilig ingeklemd voor de eerste nacht dus.
Dit is toch het leuke van camperen, Aan de ene kant het winkelcentrum met supermarkten enz. Door de Poort het historische centrum .Voor zessen kan ik nog net brood scoren en voor mijn koude voetjes een kruik. Dit op aanraden van Gerard, onze wijze fysio. Voor het eten is er nog tijd voor een stadswandeling. Als geboren en getogen Zeeuws Vlamingen is Hulst ons natuurlijk niet onbekend. Door de Gentse Poort lopen we zo de winkelstraat in. Helaas hier niet op donderdag winkelavond, maar vrijdags. Er is genoeg te zien. Hulst is een mooi en gezellig Vlaams (niet voor niets bijna België) vestingstadje. De Vos Reynaerde kunnen we niet missen. Het 16e eeuwse stadhuis en de basiliek in Brabantse gotiek domineren het stadsbeeld. Over het bolwerk keren we terug naar de CP. Het koken van de eerste maaltijd geeft geen problemen, maar waar hebben we verdorie de koffiefilter gelaten en de afwasborstel? Ook al onvindbaar!
Voordat we onze inventaris blindelings kunnen vinden en alles een handig plekje heeft zal nog wel even duren. Voorlopig zitten we stik tevree. We zijn weer op route! Daar moeten we maar snel op drinken. De wijn? Ook vergeten!
 
 
 

Vrijdag 1 april 2011, op de boerderij te Zaamslag.
Het is een woelige nacht, er waait een stevige Zuidwester en wij moeten letterlijk onze draai nog wat vinden. Toch beginnen we uitgerust aan de nieuwe dag. Om 9 uur moeten we verdwenen zijn van de CP of de parkeermeter spekken. Wij kiezen voor het eerste en rijden een toeristische route door Oost Zeeuws Vlaanderen. Via Nieuw Namen tuffen we over binnendoorweggetjes naar Emmadorp. Hier parkeren we op de CP bij het bezoekerscentrum Het Verdronken Land van Saefthinge. We willen graag eerst de expositie bezoeken, maar dat lukt niet. Alleen in het weekend na de middag geopend. Eerst maar koffie en dan de zeedijk op. We hebben er een pracht zicht over dit unieke natuurgebied. Het grootste getijden schorrengebied van Europa. Leen blijft op de dijk, ik loop de ‘krabbenroute’. Een wandelpad, waar nodig over vlonders dwars door de schorren. Elke dag stromen enorme hoeveelheden brak water via de honderden geulen en geultjes dit in 1570 ‘Verdronken Land’ in en uit. Nu is het eb. Behalve op de bordjes geen krab te zien. Wel zijn er veel vogels. Ganzen, eenden en kleine watervogels. Heerlijk uitgewaaid vervolgen we onze rit onder de zeedijk. We passeren Paal (ook al een CP), Kruispolderhaven en Baalhoek. Na Kruisdorp stoppen we bij het indrukwekkende, voor ons nieuwe, watersnoodmonument van Ronny Ivens. We draaien een rondje over de verlaten parking bij de voormalige veerhaven Perkpolder. Nog niet veel te merken van grootse bouwplannen, recreatie, golfbanen. Steeds onder de zeedijk rijdend, bereiken we uiteindelijk het buurtschap De Griete. Hier dachten we te lunchen aan het oude haventje. Helaas. Tegenwoordig staat er een hek voor. De middag brengen we gezellig door in de polder bij Karela en Adrie, ook camperenthousiasten. Zij kunnen ons goede tips geven. Dan is het nog maar een kippeneindje tot onze overnachtingsplaats. Op de vertrouwde boerderij. Volop vernieuwing daar. De schuur in aanbouw is al onder dak. Het zonnetje laat zich zien. We zijn thuis voor vandaag.
 

 
Zaterdag 2 april 2011, CP Damme, België
Stond in Hulst alles in het teken van de vos Reynaerde, in Damme draait het om Tijl Uilenspiegel en zijn trawanten. Daarnaast heeft het stadje een bewogen geschiedenis.: van bloeiende middeleeuwse haven, via omwalde garnizoensstad tot toeristisch centrum. Na de koffie met de familie pakken we onze trip langs de Westerschelde weer op bij de Griete.
In Terneuzen over de Scheldeboulevard naar het sluizencomplex. Via Biervliet naar Hoofdplaat. Hier nemen we een kijkje op de zeedijk naar de Hooge Plaat. Beneden bij het kunstwerk poseren we samen. Het is heerlijk weer aan het worden. De radio juicht dat het slechts 3o van de 1e zomerse dag af is. Via Nummer Een bereiken we Breskens. Hier maken we een praatje met andere camperaars. Ik maak een wandelingetje langs de jachthaven met de bij de Bressiaanders beruchte Rode Puinguins. Ik kom ook nog een reusachtige krab tegen en verder rijdend zien we op het marktplein grote veelkleurige dieren. Het wil wat met dat kunstbeleid van de gemeente Oostburg.! Ik vind het wel geinig allemaal. Bij de C1000 maken we ruim gebruik van de rode wijn en prosecco aanbiedingen. Flink beladen rijden we de Panoramaweg op. Deze weg ligt aan zeezijde. We vinden nog een plekje om te parkeren. Het is nogal winderig.
We rijden verder en vinden uiteindelijk net nog binnen Retranchement een pracht lunchplekje aan de voet van de wallen. Hier worden we aangesproken door Belgische wandelaars, ook camperaars. Een leuk gesprek volgt. Camperaars zoeken contact, groeten elkaar, merken we. Via Knokke Heist bereiken we tegen 3en de parking aan de Damse Vaart. Het is er druk. Leen drukt net als vrijdag de RV moeiteloos achteruit in een gewone parkeerplaats. De kont compleet over het talud. We wandelen meteen langs de vaart het stadje in. We neuzen in een 2e handsboekenwinkel (Damme is ook beroemd om zijn boekenmarkt). Mijn blik valt op ‘De waterduivel van Brugge’, geschreven door Bruggeling Patrick Lagron. Dat is een te toepasselijke titel om te laten liggen. Leesvoer voor vanavond. We lopen de stadswandeling, langs het stadhuis met in de 15e eeuwse gothische gevel de beelden van o.m. Filips van Elzas, Margaretha van Constantinopel en Karel de Stoute. Op het plein het standbeeld van Jacob van Maerlant, 13e eeuws dichter. Verschillende ‘Huysen’ in Brugse stijl getuigen van het roemrijk verleden. De gotische hallenkerk Onze Lieve Vrouwe dateert ook uit het midden van de 13e eeuw, de bloeitijd van Damme. Het voetpad buiten het stadje biedt ons een prachtige blik op de kerk en het stadje. Terug op de parking is er net een camperplaatsje vrijgekomen. Hebben wij mazzel!
 
 
 
 
 
Zondag 3 april 2011, naast de jachthaven van Veurne.
Bij het wakker worden, horen we de overvliegende ganzen gakken, allerlei kleinere vogels kwinkeleren en de konijnen rennen achter elkaar voor de camper langs. We hebben met maar liefst 11 campers de nacht doorgebracht op de CP Damme, waarbij wij op 1 van de 2 officiële camperplaatsen stonden. Via Brugge nemen we de oude route N9 naar Oostende. We hebben Tomesita de CP van Middelkerke ingefluisterd. Het blijkt een CP op een grote gratis parking tegenover de brandweerkazerne. Niet gezellig maar wel praktisch. Na de koffie kuieren we naar de Middelkerkse boulevard. Het is er ondanks de kou, vandaag geen rokjesdag, vol met flanerende mensen. We lopen van stripbeeld naar stripbeeld en genieten ondertussen van het zeezicht. Terug schenken we ook de eethuisjes en winkels wat aandacht. Bij een gezellig echtpaar met een goede verkoopbabbel laat ik me 2 bra´s, zoals van de TV, aansmeren. Ik mag ze passen in een achterkamertje met bad vol verkoopspul. Ondertussen kletst Leen volop met de man en bekomt van hem de zondagskrant.
 
 
Terug in de camper brengt Tomesita ons naar de Villa Les Zéphyrs in Westende/Bad. Hier kunnen we in een zijstraat weer prima op een gewone parkeerstrook terecht. Dat valt toch alles mee. Bij de VVV Damme hebben we een Vlaanderen Vakantieland magazine gekregen. Villa Les Séphyrs is een tip daaruit. Het is een vakantievilla met art deco elementen waar je kunt ervaren hoe in de jaren 30 een rijke familie met huisbedienden hun vakantie doorbracht. De villa is ontworpen door de Gentse architect Oscar van de Velde en werd gerestaureerd en voor een groot deel ingericht zoals beschreven door de laatste bewoners. Het is echt een snoep van een museum met prachtig in stijl ingerichte eetkamer en mooie art deco tegels en glas in loodramen. Daarbij een zeer enthousiaste en gezellige man achter de kassa. Met een schat aan informatie over de Westhoek en een mooi boekje over Den Grooten Oorlog zijn we vertrokken. Genoeg inspiratie voor een volgende trip.
 
Tegen 4en bereiken we de CP voor vannacht. In Veurne bij de jachthaven. Er zijn 5 plaatsen. Helaas zijn ze te kort voor onze camper. Echter direct aan de jachthaven in een doodlopende straat vinden we meer parking, met veel lege plekken. Ook deze zijn te kort om in de lengte te staan, maar er is genoeg ruimte om dwars over 3 plaatsen te gaan staan. Dat doen we dan maar. Een man uit een naburig campertje verzekert ons dat we hier gedoogd worden, dus daar vertrouwen we maar op. Ook hier is het centrum vlakbij. Met een bij de toeristinfo gekochte stadswandeling lopen we de bezienswaardigheden langs en dat zijn er heel wat. Veurne is een van de belangrijkste monumentensteden van de Westhoek met een boeiende geschiedenis van bijna 10 eeuwen. Stadsversterkingen uit de middeleeuwen en de 17e eeuw lieten duidelijke sporen na in het stratenpatroon. Het silhouet van de stad wordt beheerst door de St Walburgakerk (patroonheilige van Veurne), de St Nicolaaskerk en het Belfort. Tel daarbij nog veel fraaie stads en landhuizen en de verschillende kanalen die rondom Veurne bij elkaar komen. Genoeg voor een prachtwandeling, die door Leen op zijn tandvlees beëindigd wordt. Maar wat is het weer knus in ons campertje met uitzicht op de boten beneden ons.
 

 
Maandag 4 april 2011, weer thuis in Goes.
We dachten zo rustig te staan boven de haven van Veurne, aan het eind van de doodlopende weg. Maar we hadden buiten de OCMW de Lindenhof gerekend. Bij dit grote bejaardencomplex was het vanaf half 7 een drukte van belang. In vliegende vaart arriverende vroege diensten, gevolgd door even snel vertrekkende nachtdiensten. Daarbij een hoop zwaar bouwverkeer voor het in ontwikkeling zijnde nieuwe complex. Toen er ook nog een zaagmachine zijn arbeid begon voor een klussende bootjesman onder ons, werd het wel komisch. Klaar wakker zijn we in ieder geval vertrokken. Onze Tomesita bezorgde ons een mooie route door de Westhoek, door Diksmuide met de IJzertoren tot aan Tielt. Vanaf hier was ze het kennelijk beu en werden we op de snelweg rond Gent gezet, terwijl dat eigenlijk niet onze bedoeling was. Maar afijn, lekker op tijd voor een laatste lunch in de motorhome. Hiervoor kiezen we een favoriete stop net in Nederland uit. Aan de Axelse kreek. Daarna tuffen we gezwind door de Westerschelde tunnel. Alle tijd om uit te ruimen. De camper gaat nog niet in de stalling maar terug naar de dealer, want we zijn wel enkele gebreken tegen gekomen. Maar volgende week: dan mogen we weer!